E N C Y C L O P E D I E

 

V A N    E I N D H O V E N


Een impressie 


Peter Thoben over Jan Kuhr voor de Encyclopedie Eindhoven

 

 

Kuhr, Jan (Johannes Loduvicus Gerardus), Eindhoven 18 november 1919 – 24 februari 1996 Eindhoven. Via de bioscoopreclames van vader, banketbakker Willem Kuhr (1894-1961), komt hij in aanraking met de schilderkunst. In Amsterdam volgt hij de Rijksnormaalschool voor Kunstnijverheid. Na 2½ jaar arbeidsinzet in Duitsland tijdens de oorlog trouwt hij in 1946 met Mientje Verleg en er worden drie kinderen geboren. Zijn carrière als kunstschilder neemt dan een aanvang en als lid van Kunstkring De Kempen en Sociëteit Cultureel Contact exposeert hij regelmatig. Hij is lid van de kunstenaarsgroep De Vrije Expressieven in 1956 en staat op, maar coördineert ook de kunstmarkten op Koninginnedag. Via schoolrondleidingen in het Van Abbemuseum (met Piet Smissaert) raakt hij verbonden aan het Jeugdatelier (als opvolger van Antoon Beks) en de Vrije Academie, later Stichting Kunstzinnige Vorming Eindhoven en Centrum voor de Kunsten, waar hij bijna 40 jaar docent is. Tal van jongeren en ouderen heeft hij creatief gestimuleerd en zelfs tot het kunstenaarschap gebracht bijv. Erni van Aerts of Henri Hess. Door zijn Bourgondisch karakter en maatschappelijke betrokkenheid wordt hij in 1961 stadsprins Palettinus van Lampegat met als gevolg de eerste voorzitter van de Federatie Eindhovense Carnavalsverenigingen (1962-1979) en vervolgens erevoorzitter. Daarna is hij jarenlang Sinterklaas bij de intocht van de Goed Heiligman in Eindhoven. Voor zijn verdiensten wordt hij in 1980 Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Na zijn pensionering neemt hij het penseel weer op en exposeert nog enkele malen. Als goed observator van het alledaagse leven schildert hij graag mensen bij gildefeesten, carnaval, circus, kermissen, processies en begrafenissen. Daarom wordt hij wel een ‘chroniqueur van het leven’ of ‘schilder van feest en spel’ genoemd. Naast linosneden en tekeningen schildert hij in een expressief-impressionistische stijl met een losse toets in een rijk kleurenpalet.

 

Willem van der Sommen, Jan Kuhr. Ode aan een Chroniqueur, Eindhoven 1999


- - - - - - - - - - -


Jos Hüsken over dit gebouw voor de Encyclopedie Eindhoven

Mannenkoor, Eindhovens. 1 pand aan Stratumseind 23, 2 koorvereniging.
Het sociëteitsgebouw van het Eindhovens Mannenkoor aan het Stratumseind 23 staat op een prominente plek in de Eindhovense binnenstad, bijna recht tegenover de Sint-Catharinakerk aan de toenmalige Begijnenstraat*. Het eclectische* gebouw dateert uit 1879. Opdrachtgever was timmerman en meubelmaker Thomas Adrianus van Dijck, die gehuwd was met Anette Stumpers. Het gebouw werd ontworpen door zijn broer, stadsarchitect Johannes (J.A.) van Dijck*, die ook het in 1967 afgebroken neogotische stadhuis* aan de Rechtestraat had ontworpen.
Thomas van Dijck was eigenaar van het pand tot 1901. Hij verhuurde een deel van het pand aan de sociëteit* van het Eindhovens Mannenkoor. De beugelbaan achter het pand zorgde voor extra ontspanning voor de sociëteitsleden.
In 1901 kocht het sociëteitsbestuur het pand aan. Het werd toen als sociëteitsgebouw en als concertzaal gebruikt. Om het gebouw rendabel te maken was de grote zaal vanaf die jaren "disponibel voor bruiloften, diners, vergaderingen etc." In Eindhoven gestationeerde troepen gebruikten het gebouw tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) nog een korte tijd, waarna het in 1923 verkocht werd aan meubelhandelaar Johannes Maria van Gorp. De grote concertzaal werd als meubeltoonzaal gebruikt. Tijdens het bombardement van 19 september 1944 werd het gebouw gedeeltelijk vernield. Het podium van de oude concertzaal en de achterliggende meubelmagazijnen gingen in vlammen op.
Na herstel werd het gebouw voornamelijk nog als winkelpand gebruikt (1963 textielwinkel Kroonenberg, 1966 schoenenwinkel Salamander). Vanaf 1988 werd hier fastfood restaurant Mixor gevestigd.Nadat in 1995 tijdens verbouwingswerkzaamheden was ontdekt dat de oude glorie van de concertzaal van circa 1900 voor een groot deel ongeschonden aanwezig was, werd het pand door de gemeente Eindhoven op de gemeentelijke monumentenlijst geplaatst. Architect Marco Aartsen* kocht het pand in 1996 en zorgde voor de restauratie van zowel het interieur als het exterieur. Omdat de oorspronkelijke bouwtekeningen niet meer boven water kwamen, heeft de architect zich onder andere gebaseerd op het uiterlijk zoals dat nog op oude foto's te zien was. Bouwkundig zijn toen de nodige concessies gedaan. Het resultaat is een keurig in eind negentiende-eeuwse stijl gerestaureerde concertzaal. Sommige originele details zijn echter verdwenen of foutief teruggebracht. Het pand kreeg zijn bijzondere eclectische lijstgevel, bestaande uit vier traveeën en de vier deurpartijen met rondbogen terug. Op de eerste verdieping zijn enkel vensters met lichte segmentbogen en sluitstenen met kleine frontons herplaatst. Ook in de daklijst is een fronton verwerkt. Daarboven is nog een lijst met kegel- en bolvormige pinakels en een half rad, een typisch renaissance-kenmerk, aanwezig. Een barok ogende schenkbeker die de top sierde, is niet meer teruggerestaureerd. Vanaf 1997 heeft het pand dienst gedaan als café-restaurant met de toepasselijke naam 'Mijnheer van Dijck', later gewijzigd in "Thomas".


- - - - - - - - - - -


Peter Thoben over Peer van den Molengraft voor de Encyclopedie Eindhoven

 

 

Molengraft, Peer van den (Petrus Wilhelmus Maria), Eindhoven 1 november 1922 – werkzaam Eindhoven. Opgeleid als huisschilder aan de Ambachtsschool komt hij jong in dienst van kunstschilder Jan Kruysen te Oirschot, voor wie hij stadsgezichten schildert. Daarna werkt hij onder auspiciën van trappist Mathias Cox te Westmalle en Rochefort én later van de Limburgse kunstschilder Harry Koolen. Op de Tekenschool van Karel Vermeeren behaalt hij de akte L.O. Tekenen en in 1943 werkt hij met zijn vriend Harrie Pardoel in het Limburgse Honthem, op het eind van de oorlog in Deurne. Met de zieke hospita Marie van Houts gaan ze op ‘avontuurlijke’ bedevaart naar Lourdes. In 1948 is hij ‘kaasimporteur’ in Algerije, maar ontpopt zich als portretschilder van de high society. Wanneer hij in 1949 de Franse president Auriol schildert, is zijn naam als portretschilder, ook in Nederland, gevestigd. Hij trouwt de Française Odette Saulnier en er worden twee zonen geboren. Na de scheiding in 1976 trekt hij op met Diny van Mierlo, met wie hij in 1999 trouwt. In Eindhoven vestigt hij zich definitief in 1952 en exposeert er als lid van Sociëteit Cultureel Contact en de Kring Eindhovense Beeldende Kunstenaars. Als ambassadeur van het bedrijfsleven schildert hij staatshoofden van koning Feisal (1964) en keizer Haile Selassie (1968) tot president Souharto (1971) en sjeik Zayed bin Sultan al Nahayyan (1977), zodat hij wel ‘hofschilder van de twintigste eeuw’ wordt genoemd. Veel heeft hij gereisd en duizenden portretten in directe observatie met technische vaardigheid gepenseeld, terwijl hij ter afwisseling bloemstillevens en landschappen schildert om ‘zijn verftaal smeuïg te houden’. Met zijn zeventigste verjaardag wordt hij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau en Paul Harris Fellow van Rotary International. Peter Nagelkerke heeft in 2008 zijn borstbeeld gemodelleerd. In het stadhuis van Eindhoven hangt het groepsportret Het Gouden College (1952) en een reeks burgemeesterportretten. In de na-oorlogse periode schildert hij onder invloed van de Franse kunst expressionistisch-coloristische poëtische doeken.

 

Peter Thoben, Van professie portretschilder. Een keuze uit het oeuvre van Peer van den Molengraft, Eindhoven 1987

 

Peter Thoben, Peer van den Molengraft. Een schildersleven, Eindhoven 2002














- - - - - - - - - - -


Peter Thoben over Harrie Pardoel voor de Encyclopedie Eindhoven

 

Pardoel, Harrie (Henricus Petrus), Eindhoven 9 september 1921 – 2 september 2005 Eindhoven. Opgegroeid in Philipsdorp werkt hij, wanneer hij de kunst in wil, op het edelsmeedatelier Jac Wijnhoven en volgt tekenlessen bij Kees Timmering. Na één jaar Koninklijke School voor Kunst, Techniek en Ambacht in Den Bosch werkt hij van 1937 tot 1941 als leerling-edelsmid bij Cordang & Van Maarschalkerweerd ter plaatse en krijgt op de Ambachtsavondschool te Eindhoven hand- en lijntekenen van Huub van Baar en Theo Hoppenbrouwers. Via het instituut van Karel Vermeeren behaalt hij in 1942 de akte L.O. Tekenen en tekent hij bij de Eindhovense Schetsclub. Met vriend Peer van den Molengraft verblijft hij in het Limburgse Honthem en later in Deurne. Hij gaat mee met hospita Marie van Houts en Peer op bedevaart naar Lourdes, maar blijft op de woonboot Maria Ignatia te Parijs achter. Daar loopt hij de ziekte van Weil op. Zijn Eindhovense kunstenaarsvrienden Harrie Heinemans en Bart van ’t Hul treffen hem er doodziek aan. Als lid van Kunstkring De Kempen – en later Sociëteit Cultureel Contact – exposeert hij regelmatig in die jaren. Ook fietst hij met Kees Bol en Janus Sibens in 1950 naar Frankrijk. Geïnspireerd door het werk van Chagall, Tijtgat en Kruyder oogt zijn vormentaal naïef, primitief en voor Eindhovense begrippen te modern. De negatieve kritiek op zijn deelname aan de expositie Elf beeldende kunstenaars uit Brabant in het Van Abbemuseum in 1953 werkt verlammend op zijn kunstenaarschap. Wanneer hij in 1955 niet in de contraprestatie opgenomen wordt, begint hij met Jan Michels reclamestudio Avanti, maar het jachtig bestaan ligt hem niet. In 1959 wordt hij docent aan het Jeugdatelier van de Stichting Kunstzinnige Vorming Eindhoven tot zijn pensionering in 1983. In 1963 verhuist hij naar Waalre, in 1967 treedt hij in het huwelijk met Corry Meeboer (1931-1978) en ze nemen twee jonge pleegkinderen aan, voor wie hij na haar dood blijft zorgen. Vanaf de jaren 1950 heeft hij Spaans gestudeerd en treedt voor vluchtelingen op als tolk en vertaler; hij richt de vereniging Gabriela Mistral in Eindhoven op. In 1988 kan hij Zuid-Amerika bezoeken, welke reis hem inspireert tot een tweede actieve werkperiode met als bekroning een overzichtstentoonstelling in Museum Kempenland Eindhoven. Ook dan werkt hij zijn veelal verhalende onderwerpen direct uit in doorwerkte kleurvlakken. pth

 

 

Peter Thoben, Kunstschilder-beeldhouwer Harrie Pardoel. Een verteller in kleuren, Eindhoven 1992

- - - - - - - - - - -



Caspar van de Ven, over Ton van de Ven voor de Encyclopedie Eindhoven

Ven, Ton van de Eftelingontwerper, creatief directeur van de Efteling, Eindhoven, 1 januari 1944. Na de beëindiging van zijn studie aan de Akademie voor Industriële Vormgeving (nu Design Academy) te Eindhoven trad Ton van de Ven in 1965 in dienst van de Efteling. Hij begon daar als chef-vormgever op de afdeling Ontwerp en Ontwikkeling en hij was daar mede door toedoen van Anton Pieck gekomen. Van de Vens Eftelingloopbaan is enige jaren onderbroken, omdat hij zich in Duitsland verder ontwikkelde bij een internationaal opererend toeleveringsbedrijf voor attractieparken en de entertainmentsector. In de loop 1970 was hij weer in dienst van de Efteling als hoofd van de afdeling Ontwerp en Ontwikkeling. Met een “geleende tekenhand” van Pieck voegde hij geheel eigen scheppingen toe aan de reeds bestaande en hij bleek een integer hoeder van het Pieckiaanse erfgoed. In 1989 werd hij benoemd tot creatief directeur van de Efteling. Deze functie oefende hij uit tot zijn vervroegde uittreding in februari 2003. Zijn grote tekenvaardigheid, gepaard aan zijn creatieve geest, zijn vermogen om conceptueel te denken, zijn schrijverstalent en technisch inzicht leverden de Efteling onder meer de volgende attracties op: het Spookslot, de schipschommel, de Halve Maen, Pagode, Fata Morgana, Villa Volta, Droomvlucht, het Huis van de Vijf Zintuigen (entreegebouw) en het Volk van Laaf. Dit laatste sprookje werd commercieel een succes. De laatste creatie van Van de Ven is het Efteling Theater. Na Anton Pieck is hij 37 jaar bepalend geweest voor de unieke sprookjesachtige identiteit waarmee de Efteling zich al jaren onderscheidt van andere attractieparken. De Efteling groeide uit tot een topattractie op wereldniveau en een grote werkgever in de regio. Ton van de Ven wordt een internationaal erkende en gewaardeerde autoriteit binnen de attractieparken genoemd. Jaarlijks bezoeken meer dan drie miljoen mensen zijn creaties. Ton van de Ven is Ridder in de orde van Oranje Nassau en zijn werk is verschillende keren binnen de internationale attractieparkenbranche onderscheiden.

 

Lit: H. van den Diepstraten, De Efteling, kroniek van een sprookje, Tirion Uitgevers B.V., Baarn, 2002

Wikipedia, de vrije encyclopedie